vrijdag, oktober 05, 2012

MAMA MIA: MACHU PICCHU


 
 
Pas 100 jaar geleden door de Amerikaan Bingham ontdekt: het hoogepunt van de reis: de Inca-ruines op Machu Picchu. Bingham die trouwens na Pisarro de grootste rover van kunstschatten uit Peru was. Met een treintje rijden we in 3 uur naar Agua Calientes onder aan de berg, waar we overnachten.

Heel vroeg op en in twintig minuten met de bus naar boven. Alles is hier van 1 consortium en schrikbarend duur.

Onze verwachtingen worden overtroffen. We wandelen door de ruines en tijdens het verhaal van de gids begint het te leven. Het valt eigenlijk niet te vertellen hoe indrukwekkend het is. Onwaarschijnlijk hoeveel bouwkundige kennis de Inca's hadden en alles ingepast in de natuur. Ramen en deuren zijn in trapeziumvorm en daardoor bestand tegen aardbevingen, overal irrigatiewerkzaamheden en alles in terrasvorm. Frank Lloyd Whright kan er een puntje aan zuigen.

Nog 1 keer lever ik een topprestatie: naar de top naar de zonnetempel Inka Punku. Naar boven gaat nog wel, maar naar beneden -met ingepakte knieen- is een hel. Dit is erger dan een berg van boven de 5000. Maar het is het meer dan waard geweest.

Terug naar Cusco, een potje kaarten in de trein lijkt de reistijd te verkorter.

De volgende dag het cacao-museum bezocht. Leuk om daar namen als van Houten en Nestle tegen te komen.

Ja: en dan moet er natuurlijk cavia gegeten worden!


We hebben al fantastisch gegeten in Fallen Angel. Een trendy restaurant waar de tafels bestaan uit badkuipen gevuld met goudvissen met een glazen plaat erover zittend in een leren knalrode bank in de vorm van een hart, maar kiezen voor de cavia voor restaurant Putaku. Opgediend met een jalepenos in de bek ziet het er klein maar smakelijk uit. Eigenlijk smaakt het naar kip, maar dan iets vetter. Handgemaakt bonbons als toetje: het kan slechter.

De volgende dag bezoeken we nog wat Inca-ruines boven Cusco, Puka Pukara, Qenqo en Saqsaywan maar die halen het niet bij Machu Piccho. We lunchen in San Blace bij Pachupapa, heel romantisch op een binnenpleintje. Ook hier weer een muzikant die zijn eigen CD aan de man probeert te brengen, maar zeker niet de slechtste. We hebben tijdens de reis diverse malen El Condor Pasa en andere traditionals horen verkrachten door Panfluiters met synthesizer.

En natuurlijk mag een bezoek aan de kathedraal niet ontbreken. Eigenlijk 3 kerken op rij met het beroemde "laatste avondmaal"met cavia, hoewel sommigen nu zeggen dat het een chinchilla is.

De laatse dag. We bezoeken de heilige vallei: beginnenn in Pisac, lunchen in Urubamba en gaan via Ollantaytambo naar Chinchero. Hier zien we onder meer hoe thuis de cavia's voor consumptie worden gehouden. Per ongeluk eet ik tijdens de lunch runderhart. Even een black out: corazon is toch zeker een van de spaanse woorden, waar je de betekenis van kent. Liever in de Whiskas graag!

Het zit er op: "alleen" nog met het vliegtuig naar Lima en dan via Madrid naar Amsterdam. Nu staakt het openbaar vervoer; het gevaar bestaat dat het vliegveld geblokkeerd wordt. Als een speer vertrtekken we vier uur eerder uit het hotel en bereiken via sluipweggetjes het vliegveld, dat inmiddels door M.E.-ers is afgesloten.

We nemen een eerdere vlucht. Dat betekent wel 5 uur wachten in Lima, met nog 5 uur wachten in Madrid in het verschiet. Ruim 20 uur later komen we in Amsterdam aan. Kapot, maar het is het meer dan waard geweest.






Naar de zoutvlakte



 
 
We gaan een bezoek brengen aan de warme Inca-bronnen in Tarapaya. Ik denk dat ik hersteld ben, dus ontbijt voor het eerst weer normaal. Tijdens de rit naar boven over een zandpad begint mijn buik op te spelen. Ik vraag vast waar de toiletten zijn en ren de bus uit. Toiletten op slot. Net iets teveel van het goede. Als de sleutel er is, kan ik nog net gaan zitten. Natuurlijk is er geen papier en de w.c. trtekt niet door. We hebben een feessie! Het Inca-rijk is een muurschildering rijker en ik ben een illusie armer, want van zwemmen komt niets meer. Stoppers dus maar weer.

Zo nu en dan volgen we onderweg een Inca-trail. Een van de reisgenoten is redelijk de weg kwijt: hij volgt de Mayo-trail. Patatjes met mayonaise waar mogelijk en is er geen mayo: dan komt uit de handbagage de tube Calve-mayonaise tevoorschijn.

Blij dat we Potosi kunnen verlaten rijden we naar de zoutvlakte bij Uyumi. In de spookstad Uyumi bezoeken we het spoorwegmuseum: verouderde treinstellen en locs worden gewoon in de woestijn geparkeerd. Knap stoffig hier trouwens.De zoutvlakte zelf is ook adembenemend, maar dan vanwege de schoonheid. Helaas levert de zoutproductie nauwelijks wat op vanwege de concurrentie uit Peru en Chili. De vraag is dan ook hoelang ze ongeschonden blijven, want eronder is de grootste hoeveelheid Lithium ter wereld aangetroffen. Midden op de zoutvlakte ligt een eiland met enorme cactussen, Isla Incahuasi. Op de zoutvlakte vind je ook hotels die geheel van zout zijn opgetrokken.

We slapen aan de voet van de Tarupas vulkaan en scoren onderweg nog wat flamingo's. Wat moeten die beesten hier?

Inmiddels hebben we lama gegeten: de volgende keer zeg ik: La maar!

Door naar La Paz. Het grootste gedeelte van de reis rijden we over de hoogvlakte in de Andes, de Alto Plane tussen de 3500 en 4000 meter. Schitterende landschappen trekken voorbij. De quinua groeit overal om ons heen. Quinuasoep: een aanrader.

In la Paz eerst een city-tour en dan op zoek naar de heksenmarkt. Daar kopen de localo's lama-foetussen die tegen zowat alles schijnen te helpen. Ik scoor een Lamasutra T-shirt bijgestaan door deskundig advies van enkele vrouwelijke reisgenoten. Te klein dus en doorgeschoven naar onze reis(bege)leidster. De beste die ik ooit heb gehad, maar wat wil je? Ze heeft dit jaar de marathons van Rotterdam en Rio gelopen, spreelt vloeiend spaans en schakelt zichzelf regelmatig in tijdens de bediening in hotel en restaurants onderweg.

Ik ben op base-camp Mount Everest geweest, maar stijg de volgende dag naar nog grotere hoogte. Met zijn vieren beklimmen we de Chacaltaya tot de top: 5405 meter. Wat een uitzicht, zelfs het TiTi Caca meer kan je zien liggen.

Op weg naar dat meer via de ruines bij Tiahuanaco, maar daar komen de mijnwerkers. Tijdens protesten de afgelopen week in la Paz is er al een dode gevallen, maar nu blokkeren ze de snelwegen onder het motto: als je aan de mijne komt, kom ik aan de jouwe! Doordat de wegen geblokkeerd zijn, zijn de tankstations gesloten. Gelukkig zijn er nog een paar kruideniers, die nog wel een jerrycannetje benzine tussen het snoep hebben staan.

Van de snelweg af dus en zeker 20 kilometer dwars door het landschap om de blokkade te omzeilen. Als we weer op de snelweg terugdraaien is deze bezaaid met stenen maar Porto Perez wordt bereikt.

Het enige hotel, aan het meer gelegen, met een balcon. Eindelijk kan ik ongestoord een sigaartje opsteken, want maar 1 reisgenoot rookt ook. Aan het eind van de reis blijk ik de helft van mijn sigaren nog over te hebben: een unicum.

Inmiddels hebben we ook Alpaca gegeten: een stuk malser en lekkerder dan lama.

We bezoeken het bedevaartsoord Copacabana. De heilige maagd mag niet gefotografeerd worden, maar de militair die erbij staat, loopt steeds strategisch weg als iemand een foto wil maken. We parkeren onze bagage in een hotel en varen met een boot naar Isla del Sol. Volgens overlevering is hier het Inca-rijk ontstaan.

We bezoeken eerst de zonnetempel. Idyllisch, prachtig, maar..................

Het hotel blijkt op zodanige hoogte te liggen, dat de helft van de groep onderweg aan de zuurstof moet. Klasse dat iedereen toch is bovengekomen. Het biertje boven is verdiend!

Naar  beneden gaat gelukkig iets gemakkelijker.

Terug met de boot en onderweg naar Punto. Hier bezoeken we Uros: de bewoners van de drijvende rieteilanden in het Titi Caca meer.

Heel bijzonder, maar helaas en beetje Volerndam/Marken.

Via Raqchui  naar het klapstuk van de reis: Machu Picchu. Op naar Cusco de hoofdstad van het oude Inca-rijk dat van Colombia tot en met Chili reikte. Een mooie stad met veel historische bouwwerken. Veel huizen zijn op oude Inca-resten gebouwd. Cusco betekent trouwens: navel.


The good, debat and the ugly


 
 
 
Een week voor de verkiezingen. Ik maak me gereed voor mijn reis naar Peru en Bolivia. Je wordt doodgegooid met televisiedebatten; je ziet door de batten het bos niet meer. De drie hoofdrolspelers: the good, debat and the ugly: Rutte, Roemer en Samson. Ik heb nog net tijd om te stemmen en dan naar Schiphol, op naar Lima, de enige plek op zeenivo die ik de komende weken bezoek, De rest ligt boven de 3000 en 4000 meter.

De munteenheid is geen halve maar hele soles. Toepasselijk na al die debatten.

Ook hier het toiletpapier in de prullenbak. Ik verbaas er altijd over dat in Europa het w.c.-papier zo hangt, dat je er een hernia van oploopt en hier de prullenbakken in Madurodam lijken te zijn  gekocht.

In Lima net tijd voor een kleine stadswandeling. Changing of the guards: dat wordt fotoshoppen om het hek ervoor weg te krijgen. Een bezoek aan het museum voor (or)gastronomie gaat niet door. Teveel te doen, dus daar zijn we niet mee klaargekomen. Inca-cola geproefd: jakkes; kauwgomballendrankje.

Wel nog even tijd voor een ritje naar het kruis 450 meter boven de stad. Net als bij de Via Dolorosa passeren we door de favela's 14 stations die ons aan het lijden van Christus herinneren. Er is boven ook een museumpje: alleen een halve zool betaalt de 1,5 soles die het kost.

's Avonds hoog eten met uitzicht op zee, wist niet dat ook daar gesurfd wordt. Surfen wordt trouwens toch een favoriete bezigheid de komender weken: van WIFI naar WIFI.

En de volgende dag doorvliegen naar Bolivia: Santa Cruz. Om half tien 's morgens maar een het traditionele drankje , een pisco sour, scoren: heftig!

.Inmiddels is bekend dat op het laatste moment veel PVV-stemmers toch VVD hebben gestemd, om te vookomern dat Czaar Diederik aan de macht komt. Dat wordt dus een VVD-PVDA kabinet. Dag Jan-Kees, Ronald Plassterk heeft zijn trainingspak al half uit.

Toepasselijk dat ik me in Believia bevind: politicians make more promises than they can live up to.
Bolivia, trouwens het armste land van Zuid-Amerika. Echt spotgoedkoop!

En weer doorvliegen naar Sucre. Gaat de vakantie dan eindelijk beginnen? Ik ben nog langer onderweg dan naar Australie.We komen aan in feestgedruis. Het feest van de maagd van Guadeloupe. Dat moet wel een heel loupezuivere maagd zijn geweest: 12 uur lang een parade van blazers, dansers en danseressen; een file van 15 km door de stad!.

Een reisgenoot heeft zijn I-pad in het vliegtuig laten liggen. Aangifte doen bij de politie duurt 2 dagen en aan het eind moet je op eigen kosten buiten de poort een fotokopie ervan laten maken om de politiedossiers te completeren.

Tijdens het wachten de plaatselijke markt bezocht. Naar later blijkt een foute beslissing, want de empanada's die ik daar koop blijkt Montezuma's Revenge te bevatten.

Ziek dus: 3 dagen bouillon en biscuitjes. Onlogisch trouwens dat een "stopmiddel" loperamide heet?

Ik dacht dat een banjo alleen een muziekinstumewnt was, maar hier zijn het toiletten, waar trouwens veel a-tonale muziek wordt geproduceerd. Ligt het aan het eten of aan de hoogte/luchtdruk?

Her eerste uitje is naar de weekmarkt in Tarabuco. Daar schaffen we onze eerste cocabladen aan; dat wordt pruimen. Kilo's worden er door de inwoners verslonden. Op de terugweg nog even het klooster Recolata bezocht.

Mijn kleren ruiken inmiddels heerlijk. De op Schiphol aangeschafte CK1 is in mijn toilettas leeggelopen tijdens het ttansport, dan maar geen aftershave. Mijn gezicht gaat toch elke dag stevig in factor 30.

Helaas moeten we afscheid nemen van een echtpaar, waarvan de man aan hoogteziekte lijdt.

Door naar de mijnwerkersstad Potosi, we zitten nu op 4000 meter. Met Lhasa (Tibet) de hoogste stad ter wereld met meer dan 100.000 inwoners.

Tot nu toe vond ik India het smerigste land ter wereld, maar dit slaat alles. Auto's die door milieu-eisen in Azie niet meer mogen worden gebruikt, worden hier gedumpt. Omdat door de hoogte de brandstof niet volledig verbrandt, is het alsof je constant aan een uitlaat hangt.

Ademnood: was dat niet een hitje van Roos, Jessica en ................?

Trouwens door de hoogte duurt een zachtgekookt eitje hier tien minuten.

Toch maar hoogteziektepillen gekocht en 2 dagen ingenomen.

Een bezoek aan de mijnen in de berg Cerro Rico: heel interessant. De mijnbouw vindt via cooperaties plaats. Tot 450 meter diep onder de slechtste omstandigheden. Mijnwerkers worden niet ouder dan 45. De staat wil de mijnen nationaliseren, maar daar voelen de mijn werkers niets voor. Later meer daarover. We kauwen weer cocablaadjes en houden een staaf dynamiet in de hand. Alles op straat te koop.