zondag, oktober 15, 2006

DE ONTMOETING

Sinds een dag of twee vlinders in mijn hoofd. Sinds een dag of twee aangenaam verdoofd.

Het duet van Herman Brood en Henny Vrienten zingt door mijn hoofd.

Herman, die vandaag zestig jaar zou zijn geworden. Zestig, als de luiers die hij broodnodig had niet zijn ego zo bekneld hadden, dat een sprong van het dak van het Hilton de enige oplossing was: de bevrijding.

Het is ’s morgens vier uur en ik loop door de straten van Delft. Ik denk dat ik dertig jaar geleden voor het laatst om deze tijd in deze stemming ronddoolde.

De Clipper, stamcafe van de leden van de club waar twee van mijn kids voetballen. Een borreltje voor de vrijwilligers die door de week achter bar staan. Nu eens een keer niet zelf tappen, maar bediend worden.

In de tram op weg naar Delft had ik het me al afgevraagd: zou ze komen, zou ze er zijn?

Het wordt al aardig vol en opeens zie ik haar in mijn ooghoek verschijnen. Natuurlijk zoekt ze niet mijn gezelschap, maar voegt zich bij de vrouwen. Het lijkt wel een ouderwetse bruiloft: de bokken en de schapen strikt gescheiden.

Opeens zit ze naast me aan de bar en raken we toch in gesprek. Ik, die er regelmatig van beschuldigd wordt niet te kunnen praten, overtref mezelf. Waar inspiratie en gedeelde interesses al niet toe kunnen leiden.

Ze kent mijn voorliefde voor Rammstein, maar we spingen naar de zeventiger jaren. Deep Purple: John Lord, Ian Gillian, Roger Clover, Tommy Iomi. Van Deep Purple switchen we moeiteloos naar Jaques Brel: Ne me quitte pas, muziek is pluriform. Zijn er dan vrouwen die ook nog verstand van muziek hebben?

We reizen de wereld door. Italie waar ze een tijdje gewoond heeft, Frankrijk, Kreta, de Samariakloof en Karphatos waar ze een boek over geschreven heeft. We willen allebei naar Kenia, de Kilimanjaro lokt. De boeking is al gemaakt, de koffers zijn al gepakt nu de werkelijkheid nog. Wakker worden!

’s Gravenzande, haar geboorteplaats, ik herinner me er op de middelbare school een jeugdvriendinnetje gehad te hebben. De mr. Van de Kest-Wittestraat, dertig jaar na dato zie ik de eengezinswoning waar ze woonde nog voor me. Op de brommer heen en weer naar het Westland, door weer en wind niets was toen teveel.

Ik kijk op mijn horloge. De laatste keer dat ik keek, was het kwart over 9 nu is het kwart voor 4. Kwart voor 4, droom ik? Heeft de gemeente Delft geen sluitingstijden?

We vertrekken en besluiten nog een shoarmaatje te scoren. Tja en dan naar huis een taxi is de enige oplossing. De koude werkelijkheid slaat toe. Daar gaat ze: Clouseau verdringt Herman en Henny.

T’is een beetje raar, ben al vijftig jaar. Trillend op mijn benen als ze is verdwenen.

Geluk: een kortstondig iets, onvoorspelbaar, koester het als je het tegenkomt.