DE CONFRONTATIE
Ik verliet u 2 colums geleden met trillende benen. Die waren er enkele uurtjes later ook nog. Brak, brak, brak. Blij maar brak, dat allitereert aardig.
Het blije gevoel zit in mijn hele lichaam. Ik stuur een paar lieve sms-jes want ik wil dat gevoel delen: geen antwoord. Een week later heb ik nog niets gehoord.
Kut, kut, kut: heb ik me weer belachelijk gemaakt. En ik kan haar niet ontlopen, moet de confrontatie aan; shit, shit, shit.
De zaterdag erop heeft ze weer bardienst. Ik kom het clubhuis binnen en zie haar staan met het bekende ploegje om haar heen. Het is of ze me allemaal aankijken, dus vlucht ik gelijk naar buiten. Dan maar geen koffie.
2 Uur later heb ik al mijn moed verzameld en ga zo anoniem mogelijk aan de bar zitten. Ze komt naar me toe. Ben je nog veilig thuisgekomen vorige week? He, ik heb je toch 3 sms-jes gestuurd, heb je die niet ontvangen? Niet dus, dat heb je als je een telefoonnummer van een verzamellijst van barpersoneel plukt. Ze geeft me het goede nummer en emailadres.
We zakken gezamenlijk tot na sluitingstijd door; wij sluiten toch af. De sms-jes vliegen heen en weer. Zie ik je morgen?
Zondags staan we samen achter de bar en besluiten daarna een hapje te gaan eten. Grieks natuurlijk, want tenslotte heeft ze een roman over Karphatos geschreven. Daarna nog een afzakkertje in een buurtkroeg in Delft. We zijn nu met zijn drieen, een andere mannelijke bekende heeft zich bij ons gevoegd.
We praten en praten. Wat is je favoriete film: Godfather 2; de mijne One flew over the cookoo's nest. We houden van dezelfde films, schrijvers muziek, maar de sfeer verandert.
Ik voel me opeens net in Blijdorp op de apenrots. Geen twee vrouwtjes die om het mannetje knokken, maar 2 mannen in de weer. Het lijkt wel een schaakspel, maar door herhaling van zetten zou het daarbij allang eeuwig schaak zijn geweest.
Het wordt later en later en de sfeer wordt wat grimmig. Mijn counterpart gaat in haar richting kutopmerkingen maken. Wat heb je lelijke handen, toch wel een beetje oude kop. Wat wil je, we zijn alledrie geen twintig meer. Ik zie de latente pijn in haar ogen opgloeien.
Mijn Diana, godin van de jacht, wordt beschadigd. Is dit een nieuwe versiertruc? Geef me dan maar slingers.
Het doet me pijn en opeens dondert al mijn het laatste jaar weer moeizaam opgebouwde zelfvertrouwen weg. Wat doe ik hier? Zit ik me weer belachelijk te maken. Ik gooi de handdoek in de ring en vertrek net voor om middernacht mijn auto weer in een pompoen zal veranderen.
Waar is die Paardenmarkt waar mijn auto staat ook alweer? Shit dat eenrichtingsverkeer in Delft.
Een half uur later, thuisgekomen stuur ik nog een sms-je. Als ze veilig is thuisgekomen, zal ze me antwoorden. Als ZE veilig thuisgekomen zijn, heeft ze wel wat anders te doen dan mijn sms te beantwoorden. Het blijft stil.
Ik kan niet in slaap vallen. Jaloezie en frustratie houden me wakker en ik voel (letterlijk) dat ergens anders dingen gebeuren waar ik liever niets van wil weten.
De volgende dag ben ik ziek. Maag van streek, duizelig, slap. Daar helpt geen morning after pil tegen. Ik sleep me naar mijn werk, maar houdt het nog geen 2 uur vol; afnokken.
De dag zeurt voort. Een lichtpuntje is het bezoek aan mijn jongste dochter die ik in Delft naar het zwembad breng en weer ophaal. Herfstvakantie, nu het voelt inderdaad als herfst!
Waarom moet die wegomleiding me nu weer door de Delftse binnenstad voeren? Ik laat de Turfmarkt rechts liggen (en eigenlijk dus links). Zet het van je af, lul.
's Avonds moet ik fluiten en dat helpt. Ik moet me op wat anders concentreren. Het miezert, maar in de twee helft breekt de hemel open. De stortbui spoelt voor even mijn pijn weg.
Een ervaring rijker, een illusie armer.
Het blije gevoel zit in mijn hele lichaam. Ik stuur een paar lieve sms-jes want ik wil dat gevoel delen: geen antwoord. Een week later heb ik nog niets gehoord.
Kut, kut, kut: heb ik me weer belachelijk gemaakt. En ik kan haar niet ontlopen, moet de confrontatie aan; shit, shit, shit.
De zaterdag erop heeft ze weer bardienst. Ik kom het clubhuis binnen en zie haar staan met het bekende ploegje om haar heen. Het is of ze me allemaal aankijken, dus vlucht ik gelijk naar buiten. Dan maar geen koffie.
2 Uur later heb ik al mijn moed verzameld en ga zo anoniem mogelijk aan de bar zitten. Ze komt naar me toe. Ben je nog veilig thuisgekomen vorige week? He, ik heb je toch 3 sms-jes gestuurd, heb je die niet ontvangen? Niet dus, dat heb je als je een telefoonnummer van een verzamellijst van barpersoneel plukt. Ze geeft me het goede nummer en emailadres.
We zakken gezamenlijk tot na sluitingstijd door; wij sluiten toch af. De sms-jes vliegen heen en weer. Zie ik je morgen?
Zondags staan we samen achter de bar en besluiten daarna een hapje te gaan eten. Grieks natuurlijk, want tenslotte heeft ze een roman over Karphatos geschreven. Daarna nog een afzakkertje in een buurtkroeg in Delft. We zijn nu met zijn drieen, een andere mannelijke bekende heeft zich bij ons gevoegd.
We praten en praten. Wat is je favoriete film: Godfather 2; de mijne One flew over the cookoo's nest. We houden van dezelfde films, schrijvers muziek, maar de sfeer verandert.
Ik voel me opeens net in Blijdorp op de apenrots. Geen twee vrouwtjes die om het mannetje knokken, maar 2 mannen in de weer. Het lijkt wel een schaakspel, maar door herhaling van zetten zou het daarbij allang eeuwig schaak zijn geweest.
Het wordt later en later en de sfeer wordt wat grimmig. Mijn counterpart gaat in haar richting kutopmerkingen maken. Wat heb je lelijke handen, toch wel een beetje oude kop. Wat wil je, we zijn alledrie geen twintig meer. Ik zie de latente pijn in haar ogen opgloeien.
Mijn Diana, godin van de jacht, wordt beschadigd. Is dit een nieuwe versiertruc? Geef me dan maar slingers.
Het doet me pijn en opeens dondert al mijn het laatste jaar weer moeizaam opgebouwde zelfvertrouwen weg. Wat doe ik hier? Zit ik me weer belachelijk te maken. Ik gooi de handdoek in de ring en vertrek net voor om middernacht mijn auto weer in een pompoen zal veranderen.
Waar is die Paardenmarkt waar mijn auto staat ook alweer? Shit dat eenrichtingsverkeer in Delft.
Een half uur later, thuisgekomen stuur ik nog een sms-je. Als ze veilig is thuisgekomen, zal ze me antwoorden. Als ZE veilig thuisgekomen zijn, heeft ze wel wat anders te doen dan mijn sms te beantwoorden. Het blijft stil.
Ik kan niet in slaap vallen. Jaloezie en frustratie houden me wakker en ik voel (letterlijk) dat ergens anders dingen gebeuren waar ik liever niets van wil weten.
De volgende dag ben ik ziek. Maag van streek, duizelig, slap. Daar helpt geen morning after pil tegen. Ik sleep me naar mijn werk, maar houdt het nog geen 2 uur vol; afnokken.
De dag zeurt voort. Een lichtpuntje is het bezoek aan mijn jongste dochter die ik in Delft naar het zwembad breng en weer ophaal. Herfstvakantie, nu het voelt inderdaad als herfst!
Waarom moet die wegomleiding me nu weer door de Delftse binnenstad voeren? Ik laat de Turfmarkt rechts liggen (en eigenlijk dus links). Zet het van je af, lul.
's Avonds moet ik fluiten en dat helpt. Ik moet me op wat anders concentreren. Het miezert, maar in de twee helft breekt de hemel open. De stortbui spoelt voor even mijn pijn weg.
Een ervaring rijker, een illusie armer.

0 Comments:
Een reactie posten
<< Home