KUIFJE IN TIBET
Alle Kuifjes zijn in het Chinees te koop, behalve Kuifje in Tibet. Deze controversiele lectuur van Herge gaat de Chinese autoriteiten te ver. Op weg naar Tibet, veel drinken want de gevreesde hoogteziekte wacht. 5 tot 6 liter per dag drinken helpt om de symptomen te voorkomen: misselijkheid, koppijn, duizeligheid, slapeloosheid. En sommigen vinden me al zo’n “zijkerd”. We gaan in “trapjes”omhoog. Landen op 3500 meter in Lhasa. Alcohol is taboe, want Lhasarus wil je niet worden.
Wat een schitterend land qua natuurschoon, als je daar tenminste ook barre vlaktes onder verstaat. Mooie tempels, maar ze kosten wel veel geld. In eerste instantie weiger ik voor een tempel meer te betalen dan voor de pandaberen, maar daar kom ik gauw van terug. Op de rug van een yak naar boven. Veel yaks daar, ook regenyaks en sneeuwyaks. Yakburgers, yakthee en ik scoor een hoed van yakleer. Daddy goes Bogard. Weleens Yakvlees gegeten? Dan ken je ook het meervoud van Yak: Yakkes!
Veel drinken betekent veel plassen. Toiletten zijn er niet onderweg: heren rechts, dames links. Wel uitkijken voor de heiligdommen, want pupa achter de stupa wordt niet gewaardeerd.
De eerste 5000 meter pas is een teleurstelling: een snelweg en de hoogte valt nauwelijks op, maar dat wordt later ruimschoots gecompenseerd.
Ik ben met mijn gedachten in Nederland waar Assepoester nu van haar Rene afscheid nemen moet, verdriet heeft soms iets onmenselijks.
In Lhasa ontmoeten we Sabrye Tenberken. Wat een fantastische mensen heb je toch op de wereld. Deze blinde Duitse vrouw heeft zich, met haar Nederlandse partner, het lot van blinde kinderen in Tibet aangetrokken. Eerst heeft ze een Tibetaans brailleschrift ontwikkeld. Daarna is ze kinderen in de bergdorpen te paard (!) gaan ophalen om ze een toekomst te geven. Blinden zijn paria’s in Tibet. Een straf van de goden. Opgesloten in kasten, vastgebonden aan stoelen, te triest voor woorden. In Lhasa leren ze nu Tibetaans en Engels en een beroep: masseur, kaasmaker. Lees het boek “De weg naar Tibet”, een absolute aanrader. Sabriye is bij Ivo Niehe geweest maar ook bij Ophra. Bill Clinton is een van de sponsors van de 2 projekten in Tibet. Later zullen we nog de kaasmakerij bezoeken. Inmiddels is ook in Zuid-India een projekt voor blinde kinderen opgezet.
Wat een schitterend land qua natuurschoon, als je daar tenminste ook barre vlaktes onder verstaat. Mooie tempels, maar ze kosten wel veel geld. In eerste instantie weiger ik voor een tempel meer te betalen dan voor de pandaberen, maar daar kom ik gauw van terug. Op de rug van een yak naar boven. Veel yaks daar, ook regenyaks en sneeuwyaks. Yakburgers, yakthee en ik scoor een hoed van yakleer. Daddy goes Bogard. Weleens Yakvlees gegeten? Dan ken je ook het meervoud van Yak: Yakkes!
Veel drinken betekent veel plassen. Toiletten zijn er niet onderweg: heren rechts, dames links. Wel uitkijken voor de heiligdommen, want pupa achter de stupa wordt niet gewaardeerd.
De eerste 5000 meter pas is een teleurstelling: een snelweg en de hoogte valt nauwelijks op, maar dat wordt later ruimschoots gecompenseerd.
Ik ben met mijn gedachten in Nederland waar Assepoester nu van haar Rene afscheid nemen moet, verdriet heeft soms iets onmenselijks.
In Lhasa ontmoeten we Sabrye Tenberken. Wat een fantastische mensen heb je toch op de wereld. Deze blinde Duitse vrouw heeft zich, met haar Nederlandse partner, het lot van blinde kinderen in Tibet aangetrokken. Eerst heeft ze een Tibetaans brailleschrift ontwikkeld. Daarna is ze kinderen in de bergdorpen te paard (!) gaan ophalen om ze een toekomst te geven. Blinden zijn paria’s in Tibet. Een straf van de goden. Opgesloten in kasten, vastgebonden aan stoelen, te triest voor woorden. In Lhasa leren ze nu Tibetaans en Engels en een beroep: masseur, kaasmaker. Lees het boek “De weg naar Tibet”, een absolute aanrader. Sabriye is bij Ivo Niehe geweest maar ook bij Ophra. Bill Clinton is een van de sponsors van de 2 projekten in Tibet. Later zullen we nog de kaasmakerij bezoeken. Inmiddels is ook in Zuid-India een projekt voor blinde kinderen opgezet.
Het Potalapaleis van de Dalai Lama. Veel van de wereldwonderen zijn mooi van buiten, maar dit 14 etages tellende gebouw is ook nog schitterend van binnen. helass, pindakaas, geen fotoos.
Gyantse dat je volgens de Lonely Planet vooral moet vermijden, op naar Shigatse en Sakya. We stijgen tot 4200 meter. Slapeloosheid overvalt me.
Naar base camp Mount Everest. We slapen in een varkensstal (foei Summum!). Geen water, ’s nachts geen licht. Een open toilet buiten dat je in het donker niet zonder beenbreuken kan bereiken. De gevolgen laten zich raden. 1 meter buiten onze cellen struikel je over de uitwerpselen,
Met paard en wagen naar basecamp, 5250 meter. De ruwbouw van de snelweg naar het kamp, moet klaar zijn voor de Olympische Spelen om de vlam te vervoeren, ligt klaar. Een kaal maanlandschap vouwt zich uit, nog een bocht en……..
Niets, nakka, niente. Basecamp is een troosteloze vlakte en de Mount is door de wolken niet te zien.
Voordat de snelweg werd aangelegd was het hier een soort Volendam en Marken, met winkeltjes en hotelletjes. Nu is alles verplaatst naar 8 km voor het kamp. Ik klim een klein stukje en weet nu hoe mensen met cara zich soms moeten voelen. Een mooie foto, even door de knieen. Op en de duizeligheid slaat toe. Wel een bijzondere gebeurtenis. De hoogste berg ter wereld en jij nietig mensje staat meer dan halverwege.
De echte 5000 meter passen volgen. De weg is op verschillende plaatsen weggeslagen door de ergste regen in 50 jaar. Door rivierbeddingen, langs afgronden. We zitten vast, duwen, zwoegen. Complimenten voor de chauffeurs die de Landcruisers in beweging houden. Parijs Dakar gaat nu voor ons meer en meer leven.
Tibet, schitterend, aardige mensen en 1 architectuur voor het hele land. Overal de zelfde woningen en ze zien er best goed uit. Heel veel kinderen, maar wat wil je als je in TI BED woont?
We gaan afzakken naar Nepal. Eigen mokken mee; met Mepal naar Nepal.
Gyantse dat je volgens de Lonely Planet vooral moet vermijden, op naar Shigatse en Sakya. We stijgen tot 4200 meter. Slapeloosheid overvalt me.
Naar base camp Mount Everest. We slapen in een varkensstal (foei Summum!). Geen water, ’s nachts geen licht. Een open toilet buiten dat je in het donker niet zonder beenbreuken kan bereiken. De gevolgen laten zich raden. 1 meter buiten onze cellen struikel je over de uitwerpselen,
Met paard en wagen naar basecamp, 5250 meter. De ruwbouw van de snelweg naar het kamp, moet klaar zijn voor de Olympische Spelen om de vlam te vervoeren, ligt klaar. Een kaal maanlandschap vouwt zich uit, nog een bocht en……..
Niets, nakka, niente. Basecamp is een troosteloze vlakte en de Mount is door de wolken niet te zien.
Voordat de snelweg werd aangelegd was het hier een soort Volendam en Marken, met winkeltjes en hotelletjes. Nu is alles verplaatst naar 8 km voor het kamp. Ik klim een klein stukje en weet nu hoe mensen met cara zich soms moeten voelen. Een mooie foto, even door de knieen. Op en de duizeligheid slaat toe. Wel een bijzondere gebeurtenis. De hoogste berg ter wereld en jij nietig mensje staat meer dan halverwege.
De echte 5000 meter passen volgen. De weg is op verschillende plaatsen weggeslagen door de ergste regen in 50 jaar. Door rivierbeddingen, langs afgronden. We zitten vast, duwen, zwoegen. Complimenten voor de chauffeurs die de Landcruisers in beweging houden. Parijs Dakar gaat nu voor ons meer en meer leven.
Tibet, schitterend, aardige mensen en 1 architectuur voor het hele land. Overal de zelfde woningen en ze zien er best goed uit. Heel veel kinderen, maar wat wil je als je in TI BED woont?
We gaan afzakken naar Nepal. Eigen mokken mee; met Mepal naar Nepal.

0 Comments:
Een reactie posten
<< Home